Het ontstaan

Twee dierenvrienden, Sonja en Peter, boden onderdak aan 1 hondje, 1 konijn, enkele kippen, een schaap en een pony.

Hoewel Peter altijd vol hield dat in hun gezinnetje nog een poes ontbrak, hield Sonja het been stijf. “Als er één dier is dat ik niet meer in huis wil is het een kat!” zei ze zelfverzekerd. Door slechte ervaringen in haar jeugd wilde ze daar echt niet meer van weten.

Op zekere dag werd ze op het werk echter om hulp gevraagd want iedereen wist dat Sonja een groot hart had voor dieren. Daar lag in een doosje aan de loskade een klein ros poesje met dicht geëtterde oogjes en verstopt neusje. 

Dit was een dier in nood en moest dringend verzorging krijgen, dus de auto in richting dierenarts. Daar werd duidelijk dat het beestje last had van niesziekte in ver gevorderde staat en dat het vechten werd om het erdoor te krijgen. En zo gebeurde: “Lucky” verhuisde van de straat naar een warme plek aan de verwarming, werd verzorgd door vier liefdevolle handen en kreeg vele knuffels.

Veertien dagen later ontpopte dit kleine hoopje ellende tot een spelend en kroelend wervelwindje. “Lucky” maakte deel uit van het gezin.

Inderdaad, zo is het allemaal van start gegaan. Onbekend is onbemind, ik geef het toe! Maar nog steeds was er uiteraard in de verste verte niet de minste intentie om een opvang te starten. Als ze ons dat toen gezegd zouden hebben, werden ze voor gek verklaard; zeker weten!

We hielden énorm veel van Lucky, maar wat waren we naïef! Lucky bleef dan wel altijd in onze omgeving, maar we hadden beter moeten weten. Toen onze lieverd amper 6 maanden oud was, stak hij één enkele keer de baan over en het werd hem fataal. We waren ontroostbaar en wisten onszelf geen raad.

We moesten terug iets zinnigs doen want Lucky’s dood mocht niet tevergeefs geweest zijn. Daarom belden we asiel Canina uit Essen waar we de mogelijkheid kregen om een moederloos kittentje van zes weken, dat we verder konden groot brengen, op te halen bij een vrijwilligster.

“Tricks” zou nooit de plek innemen van Lucky, maar verzachtte wel de pijn want dit beestje had ons nu nodig en voor hem moesten we verder denken.

 Een week later echter werden we verrast met een nestje kittens in de  hooistal. Blijkbaar had een zwerfpoes net dit nestje geworpen voordat Peter de stal binnen ging. Hij zag nog net mamapoes uit angst verdwijnen. Peter maakte zich uit de voeten zodat ze snel zou terug komen. We durfden niet eens meer te gaan kijken want wat als mama er net terug bij lag en ze weer zou schrikken? Geen zorgen, ze zou wel terug naar haar kleintjes komen.

Hadden we gehoopt!! De volgende ochtend ging ik met een bang hartje stilletjes kijken en daar lagen 4 verkleumde en krijsende muisjes. Zo groot waren ze. Zo snel ik kon draaide ik ze in een wollen sjaal en begon ze met een haardroger op te warmen. Gedurende maar liefst vier uur voordat ze eindelijk terug wat op lichaamstemperatuur geraakten.

Toen volgde een maand zonder sociaal leven. Om de twee uur eten geven (uiteraard ook ’s nachts), papjes maken op lichaamstemperatuur, buikjes masseren en dan opgelucht zijn als ze een plasje of kakje lieten vloeien.

Vermoeiend, maar het ergst van al was de angst dat we ze er niet door zouden krijgen. Maar het lukte ons samen en we werden plots mama en papa van spinnende bolletjes wol.

Inmiddels werd de tuin volledig omheind om poezen binnen te houden zodat we de baan alvast niet meer hoefden te vrezen.

Enkele maanden later kwam ons iets aan de oren over een nestje poesjes dat men zou verdrinken. We gingen met de eigenaar praten en vroegen om de poesjes tot de leeftijd van 8 weken bij de mama te laten. Daarna zouden wij dan voor adoptiegezinnen zorgen. Natuurlijk waren ze amper zes weken toen we ze in onze schoot geworpen kregen want ze begonnen rond te lopen en vuil te worden, aldus de eigenaar… Twee dagen later hadden ze namen, maar adoptiegezinnen? Tja, ondertussen weten we wel dat dát niet zo éénvoudig ligt.

Toen één van deze poesjes op jonge leeftijd overleed, gingen we naar asiel Het Blauwe Kruis in Wommelgem om een kittentje te adopteren. Er was immers plaats voor ééntje... 

We kwamen thuis met de twee grootste sukkels die er zaten: twee zwarte katers van ongeveer 7 jaar die zich al maanden wegstaken en eigenlijk nooit gezien werden. Omdat ze verscholen zaten, hadden we ze dus ook niet gezien. Toen ze thuis uit de transportmand kwamen, wisten we even niet wat te doen. De grootste was niet veel meer dan een skelet en bleek niet meer te willen eten. Hij had voor zichzelf uitgemaakt dat het niet verder hoefde. Dankzij “Graco” hebben we poezentaal geleerd en Pavid, de andere jongen, leerde ons geduld te hebben. Gedurende maar liefst elf maanden zat hij achter de kast!

Geen kitten dus, maar twee sukkelaars.

En toen is het snel gegaan. Plots beseften we hoeveel leed er in asielen te vinden is doordat sommige dieren er niet kunnen aarden. Ze worden gewetenloos door hun eigenaar op straat of in het asiel afgezet en vele dieren kunnen die stress/emoties gewoonweg niet bolwerken.

Nadat we nog enkele oudere en gestresseerde dieren geadopteerd hadden, begon het stilaan boven ons hoofd te groeien. Toen we dan bij overlijden van ons konijntje een nieuw partnertje zochten voor de overgeblevene kwamen we bij een opvang terecht waar we zogezegd een gecastreerd mannetje adopteerden en zelfs de castratie volledig betaalden. Enkele weken later bleek dat het een vrouwtje was… Dat heeft eigenlijk de doorslag gegeven. Dan konden wij het toch zeker wel tot een goed einde brengen!?

En zo gingen we aan het denken. Wat wilden we doen, hoe gingen we het doen, enz.

Heel wat denkwerk ging ermee gepaard om uiteindelijk te komen tot “Het dierenthuisje”, een opvang voor dieren in nood die in een “klassiek” asiel niet terecht kunnen omdat ze te oud zijn, psychische of medische problemen hebben, etc. Ja, dat zou het worden!

We zouden ook de mensen met raad en daad bijstaan, ook na de adoptie uiteraard. Want we beseften wat we zelf gemist en meegemaakt hadden. We kenden de fouten die wij gemaakt hebben met onze eerste énige poes en we hadden besef van zovele onwetendheden van een doorsnee adoptant.

Onze grote troef was het feit dat we tussen onze dieren leven en ze dus door en door kennen alvorens ze geplaatst zouden worden.

Zo is Het dierenthuisje in oktober 2004 officiëel van start gegaan.

Uiteraard hadden we het onderschat en zeer zeker hebben we na een dik jaar overwogen om ermee op te houden, maar we kennen de problematiek. We weten hoeveel miserie er is en hoezeer die sukkelaars mensen zoals wij nodig hebben. En geloof me, wezentjes waar je zoveel onvoorwaardelijke liefde van krijgt… die zet je als échte dierenvriend niet aan de kant!

Elk dier dat geadopteerd wordt, neemt een stukje van onszelf mee maar enkel op die manier kunnen we blijven helpen. Ze allemaal hier houden, zou egoïstisch zijn en we zouden die vele sukkels die op de stoep staan te wachten, niet kunnen helpen.

Enkel dieren die stokoud zijn of die echte zorgen baren, blijven hier inwonen. Hun verhalen kan je lezen onder “vaste bewoners”.

Al de anderen wachten op een knusse thuis!

“Welkom bij Het dierenthuisje!”

Sonja